Gods geboden en het Nieuwe Verbond

Gods geboden en het Nieuwe Verbond
Sommige christenen zijn van mening dat de wetten van God alles te maken hebben met het Oude Verbond en met het Joodse volk. Onder de principes van het Nieuwe Verbond zou een andere periode zijn aangebroken van ongebondenheid aan allerlei wetten en regels.
Wat betreft de offerwetten, ceremoniën en symbolen die op de komst van Christus wezen, als het volmaakte offerlam Gods, is het volkomen duidelijk dat dit alles zijn vervulling in Christus heeft gevonden. Hij was het ware Offerlam Gods, eens en voor altijd gebracht en op Wie, tijdens het Oude Verbond, alle offerdieren wezen als de komende Verlosser, Die door Zijn lijden en sterven Zijn volk met de Vader heeft verzoend en van hun zonden heeft bevrijd. Maar zijn daarmee alle wetten en voorschriften vervallen die God de mens heeft gegeven?

Onderscheid
Het is goed om op te merken dat de Bijbel onderscheid maakt.tussen Gods wet der Tien Geboden en de gehele wet van Mozes. We lezen: “En Hij maakte u het verbond bekend, dat Hij u gebood te houden, de Tien woorden, en Hij schreef ze op twee stenen tafelen. En mij gebood toen de HERE u inzettingen en verordeningen te leren, opdat gij die zoudt nakomen in het land, waarheen gij trekt om het in bezit te nemen.” Deuteronomium 4:13, 14. God beloofde dat het volk in het land kon blijven wonen “indien zij slechts naarstig doen naar al wat Ik hun geboden heb, en naar de gehele wet, die mijn knecht Mozes hun geboden heeft.“ 2 Koningen 21:8.
God heeft Zelf de Tien woorden van het verbond bekend gemaakt, geboden en op twee stenen tafelen geschreven. En Mozes heeft in opdracht van God het volk inzettingen en verordeningen geleerd te onderhouden. De Bijbel spreekt duidelijk over Gods wet der Tien geboden en van een gehele wet van Mozes. We lezen dat de Tien geboden, de twee tafelen der getuigenis, in de ark moesten worden gelegd, onder het verzoendeksel. Exodus 25:16, 21; 31:18; 34:28, 29. “Hij nam de getuigenis en legde die in de ark…” Exodus 40:20. En het wetboek van Mozes, met allerlei bijkomende inzettingen en verordeningen, werd naast de ark gelegd. Mozes gebood: de Levieten “Neemt dit wetboek en legt het naast de ark…” Deuteronomium 31:26.
De Tien Geboden zijn uniek en nemen een speciale plaats in: “De tafelen waren het werk Gods en het schrift was het schrift Gods, op de tafelen gegrift.” Exodus 32:16.

Wat betreft Gods wet der Tien Geboden; en bijvoorbeeld ook wat betreft de voorschriften die met de gezondheid van de mens te maken hebben, dienen wij ons af te vragen of alle geboden en voorschriften met de komst van Christus, zonder enig onderscheid, zijn vervuld en vervallen, zodat wij, onder de bedeling van het Nieuwe Verbond, van elke regelgeving vrij zouden zijn. Er zijn veel christenen die duidelijk deze mening zijn toegedaan. Maar is het wel juist om alles maar over één kam te scheren door geen onderscheid te maken tussen alles wat God geboden heeft?

Alle wetten en voorschriften verleden tijd?
Toen Christus stierf scheurde het voorhangsel, dat scheiding maakte tussen de beide afdelingen in de tempel, van boven naar beneden. Mattheüs 27:51. Dat was een duidelijke aanwijzing dat de tempeldienst was vervuld en tot een einde was gebracht. Alle wetten, voorschriften en inzettingen die met de aardse tempeldienst verbonden waren en betrekking hadden op het Offer van Christus, behoorden daarmee tot het verleden. Maar hebben de Tien Geboden, de gezondheidswetten en bijvoorbeeld ook de regels voor armenzorg en het voorschrift voor de akkerbouw, dat het land elk zevende jaar rust moet hebben, ook te maken met de tempeldienst? Is dit alles ook komen te vervallen door het verzoenend Offer van Christus en zijn wij daar nu geheel vrij van tijdens de bedeling van het Nieuwe Verbond?
Als we bijvoorbeeld denken aan het voorschrift dat het land elk zevende jaar rust moet hebben, dan is dat beslist een heel nuttig en waardevol voorschrift om uitputting van de grond te voorkomen en tegen te gaan. Met onze intensieve landbouw raken veel landbouwgronden uitgeput, door een tekort aan mineralen, met als gevolg dat de kwaliteit van de landbouwproducten terugloopt. Volgens een rapport van de Verenigde Naties is maar liefst een derde van de grond, geschikt voor landbouw, uitgeput door intensieve landbouw. Het verlies aan voedingswaarde is zorgelijk. info: landbouwgrond dreigt uitgeput te raken

En is het, nu Christus gestorven is, niet meer nodig om goed voor onze gezondheid te zorgen en kunnen wij de regels die God ons over rein en onrein heeft gegeven, wel veronachtzamen? Vrijwel alle mensen houden geen rekening met de regels die God ons voor ons lichamelijk welzijn heeft gegeven. De meeste mensen wijzen het verschil tussen rein en onrein van de hand door te beweren dat het voor de Joden was en dat wij, bij alles wat wij eten, daar geen rekening mee hoeven te houden. Maar hebben de Joden andere lichamen met andere eigenschappen en zijn wij, die geen Joden zijn, supermensen die de kwade invloeden van het eten van onrein voedsel wel kunnen doorstaan?
Kan het ooit waar zijn dat sinds het gebrachte zoenoffer van Christus, al die regels geen waarde meer hebben? Is dat werkelijk wel wat de Bijbel ons leert of heeft de boze, die zich zeer over menselijk lijden verheugt en wetteloosheid liefheeft, zijn invloed laten gelden?

De regels van het Nieuwe Verbond
In Hebreën 8 worden de kenmerken van het Nieuwe Verbond genoemd. We lezen daar heel uitdrukkelijk: “Ik zal Mijn wetten in hun verstand leggen en Ik zal die in hun harten schrijven.” vs. 10. Onder het Nieuwe Verbond blijken er dus duidelijk ook wetten te zijn. En die wetten van God spelen zo’n belangrijke rol dat ze in het verstand worden gelegd en in het hart worden geschreven. Kan het nog duidelijker worden verwoord? Kan dit ooit betekenen dat Gods wetten onder het Nieuwe Verbond voor verouderd kunnen worden verklaard en verdwenen zouden zijn?

Wanneer iets in het verstand wordt gelegd en in het hart wordt geschreven dan kan dat niets anders betekenen dan dat het deel moet uitmaken van ons leven. Wanneer dat niet de bedoeling zou zijn, dan kunnen wij deze uitdrukkingen voor zinloos en misleidend houden.

Wat voor nut heeft het om Gods wetten in het verstand te hebben en geschreven in ons hart als wij niet gehouden zouden zijn om die in ons dagelijks leven toe te passen en in praktijk te brengen? Zoiets ongerijmds kunnen we toch zeker niet verwachten. Neen, het Nieuwe Verbond brengt ontegenzeggelijk met zich mee dat wij ons in ons doen en laten getrouw en gehoorzaam zullen houden aan Gods wetten. Dat is het onmiskenbare doel waarom God heeft beloofd ze in ons verstand te willen leggen en in ons hart te zullen schrijven, als een blijvend en normgevend principe voor onze christelijke levenswandel.

Maar heeft Jezus geen nieuw gebod gegeven? En zou dat nieuwe gebod niet de plaats van de bestaande wetten hebben ingenomen? Wat zei Jezus precies toen Hij het nieuwe gebod gaf? We lezen: “Een nieuw gebod geef ik u, dat gij elkander liefhebt; gelijk Ik u liefgehad heb, dat gij ook elkander liefhebt.” Johannes 13:34.
Het gebod om elkaar lief te hebben, was op zichzelf niet nieuw. God had vanouds door Mozes geboden: “Gij zult niet wraakzuchtig en haatdragend zijn tegenover de kinderen van uw volk, maar uw naaste liefhebben als uzelf: Ik ben de HERE.” Leviticus 19:18. Het gebod dat Jezus gaf is nieuw doordat Hij er een nieuwe, unieke inhoud aan heeft gegeven. Jezus heeft in Zijn leven op aarde de liefde Gods geopenbaard en geboden voortaan lief te hebben zoals Hij liefheeft; dat gij elkander liefhebt met de liefde Gods, zoals door Christus is geopenbaard; een liefde, die menselijke liefde te boven gaat.
Jezus heeft voor Zijn volgelingen tot de Vader gebeden: “opdat de liefde waarmede Gij Mij liefgehad hebt, in hen zij en Ik in hen.” Johannes 17:26.
Het gebod lief te hebben, werd nieuw door elkander lief te hebben met de liefde Gods. Die Goddelijke liefde moest in de volgelingen van Jezus zijn en in hen worden geopenbaard. Het nieuwe gebod omvat dat Gods kinderen, jegens elkaar, het liefdevolle karakter van Christus dragen en weerspiegelen.

Maar worden door dit nieuwe gebod de andere geboden die God gegeven heeft opgeheven? Jezus verklaarde aan de rijke jongeling, die tot Hem kwam: “…indien gij het leven wilt binnengaan, onderhoud de geboden.” Mattheüs 19:17. Toen de jongeling vroeg: welke geboden, citeerde Jezus een aantal van de tien geboden en besloot de opsomming met “…en, gij zult uw naaste liefhebben als uzelf.” Vers 19. Naast het gebod van elkander liefhebben, moeten dus ook de andere geboden worden onderhouden. Ze zijn dus niet opgeheven.

Gods Woord getuigt: “De wet des HEREN is volmaakt, zij verkwikt de ziel; de getuigenis des HEREN is betrouwbaar, zij schenkt wijsheid de onverstandige. De bevelen des HEREN zijn waarachtig, zij verheugen het hart; het gebod des HEREN is louter, het verlicht de ogen. De vreze des HEREN is rein, voor immer bestendig; de verordeningen des HEREN zijn waarheid, altegader rechtvaardig. Kostelijker zijn zij dan goud, ja, dan veel fijn goud; en zoeter dan honig, ja, dan honigzeem ui de raat. Ook laat uw knecht zich daardoor ernstig vermanen; in het houden er van ligt rijke beloning.” Psalm 19:8-12.
Waarlijk, Gods geboden, bevelen en verordeningen zijn en blijven van kracht en in het getrouw gehoorzamen ervan ligt rijke beloning.

Sabbatsrust
Volkomen In harmonie daarmee schrijft de apostel Paulus bijvoorbeeld met betrekking tot de diepgaande betekenis van Gods wet aangaande de sabbat: “Er blijft dus een sabbatsrust voor het volk van God.” Hebr. 4:9.
En zo is ook het sabbatsgebod en de zegenrijke betekenis van de sabbatsrust niet voorbij, verdwenen of afgeschaft, neen, er blijft een sabbatsrust en die rust wordt volkomen werkelijkheid wanneer wij ingegaan zijn in het beloofde, hemelse Kanaän. Daarvan is de wekelijkse sabbatsrust een afschaduwing. We dienen tot rust te komen van onze eigen werken en hoopvol uit te zien naar de rust in Gods Koninkrijk waar wij in volmaaktheid voor eeuwig mogen rusten in God als onze Schepper. Van sabbat tot sabbat zal Gods volk, ja, al wat leeft, opgaan om hun Schepper te aanbidden. Jes. 66:23. De sabbat is dus duidelijk niet alleen voor een bepaalde bevolkingsgroep zoals de Joden, neen, de sabbat is voor al wat leeft. Op sabbat verkondigde de apostel Paulus het Woord Gods aan alle mensen: “En de volgende sabbat kwam bijna de gehele stad bijeen om het woord Gods te horen.” Handelingen 13:44. In de Griekse stad Corinthe bracht Paulus op elke sabbat het woord en hij deed zijn best om Joden en Grieken voor het evangelie te winnen: “En hij hield elke sabbat besprekingen in de synagoge en trachtte Joden en Grieken te overtuigen.” Handelingen 18:4.

Gods geboden gelden voor alle mensen. Prediker 12:13. En dat geldt ook voor het sabbatsgebod. De sabbat is voor “de sterveling,” voor “het mensenkind,” voor de “ontmanden,” voor de “vreemdelingen,” ja, zonder enig onderscheid, voor allen die de Here zoeken, Jes. 56:1-6.

Geen wonder dat Jezus getuigt: “De sabbat is gemaakt om de mens.” Marcus 2:27. En ook verzekert Jezus ons: “Meent niet, dat Ik gekomen ben om de wet of de profeten te ontbinden; Ik ben niet gekomen om te ontbinden, maar om te vervullen.” Matt. 5:17. Vervullen wil zeggen: er aan voldoen. Vervullen wil beslist niet zeggen: afschaffen, neen, want, zo lezen we verder: “Want voorwaar, Ik zeg u: Eer hemel en de aarde vergaat, zal er niet één jota of één tittel vergaan van de wet…” vers 18.
Het bestaan van hemel en aarde vormen de garantie en het onderpand van het blijvende gezag van Gods wet.

In overeenstemming hiermee zegt Psalm 119:44 “opdat ik uw wet bestendig onderhoude, voor altoos en immer.” En dat is precies Gods bedoeling waarom Zijn wetten in ons verstand worden gelegd en in ons hart geschreven.
Het is de Heilige Geest die ons zal leiden in alle waarheid, terwijl van Gods geboden wordt getuigt: “al uw geboden zijn waarheid. Van oudsher weet ik dat Gij ze voor eeuwig hebt vastgesteld.” Psalm 119:151, 152.
Er zal nooit een moment kunnen komen waarin Gods Heilige Geest ons niet zal leiden in de waarheidswegen van Gods wet. Zijn geboden zijn waarheid en voor eeuwig vastgesteld. Wanneer wij Gods geboden terzijde stellen dan volgen wij niet de weg van God maar onze eigen wetteloze weg.
Laten wij het struikelblok wegnemen van te geloven dat al Gods wetten, door het Offer van Christus, zijn afgeschaft of terzijde gesteld en mogen wij de vrede ervaren die wordt beloofd aan hen die Gods wet beminnen: “Zij, die uw wet beminnen hebben grote vrede, er is voor hen geen struikelblok.” Psalm 119:165.
Liefde tot Christus, onze Verlosser, Die Zijn leven voor ons heeft gegeven, zal zich openbaren in het getrouw gehoorzamen van al Zijn geboden: “Wanneer gij Mij liefhebt, zult gij mijn geboden bewaren.” Johannes 14:15.

De toekomst van Israël in profetisch perspectief

Nieuw boek “De toekomst van Israël in profetisch perspectief”

Door de eeuwen heen heeft Israël een belangrijke rol gespeeld in de wereldgeschiedenis en ook in de christelijke theologie.
Israël heeft vele ups-and-downs van grote zegeningen en grote nood en herhaalde tegenslagen ervaren. Ze werden in gevangenschap meegenomen om de les te leren van het vertrouwen op de God van hun vaderen, en de Here God is zeer genadig voor hen geweest door hen weer terug te brengen in het Beloofde Land.
Israël is betrokken geweest bij heel veel oorlogen. Toch heeft God dikwijls voor hen gevochten en zij hebben machtige natiën overwonnen.
In verschillende perioden van hun geschiedenis is Israël welvarend, sterk en machtig geweest; een natie gevreesd door de omringende volkeren. God koos Israël als Zijn speciaal uitverkoren volk en Hij heeft allerlei machtige en wonderbaarlijke daden gedaan voor Zijn volk. Hij heeft hun veel grootse beloften gegeven, waarvan de vervulling echter wel op voorwaarde van gehoorzaamheid berustte.
Over het algemeen is het verslag van de geschiedenis van Israël nogal triest geweest, met oordelen en straffen. Vaak werden ze geregeerd door andere naties. Maar toch heeft Israël het tot op de dag van vandaag overleefd.
Israël’s toekomst is voor velen een heet hangijzer. Zal Israël opnieuw gevestigd worden als een machtige, heilige natie? Welke toekomstige rol zal het Joodse volk gaan vervullen? Wat is de betekenis van de profetieën over Israël’s herstel in het beloofde land?

Pastor Voerman bespreekt deze vragen aan de hand van wat Jezus, Johannes de Doper en de apostelen hebben geleerd en wat de profeten vanouds hebben verklaard. Alle stukjes worden zorgvuldig bij elkaar gepast en een prachtig, consistent beeld wordt getoond van Gods onberouwelijke bedoeling met Zijn uitverkoren volk. Voermans heldere beschrijving van dit urgente thema is verrassend. Voor allen die Gods Woord waarderen, is dit boek een heilzame studie over de rol van Gods volk en het herstel van Israël onder het Nieuwe Verbond.

Dit boek is te bestellen via https://corona-bijbel.nl

Tekenen van aanbidding in Openbaring

Het Bijbelboek Openbaring presenteert de christelijke geschiedenis in wonderlijke beelden. In hoofdstuk 7 wordt gesproken over een proces van verzegeling (verzen 1-3). Vier engelen staan aan de vier hoeken der aarde en krijgen de opdracht de winden tegen te houden, totdat Gods kinderen aan hun voorhoofden verzegeld zijn.
Het Griekse werkwoord is hier: sphragízō – verzegelen. De betekenis is die van het zetten van een wettige handtekening om de echtheid van het verzegelde te garanderen en om eigendom te markeren.
De tegenhanger hiervan vinden we in het Oude testament, in Ezechiël 9:4. Daar zien we het beeld van een man met een schrijfkoker, die de opdracht krijgt een teken te maken op de voorhoofden van de mensen die God dienen. Het Hebreeuwse woord dat daar voor teken is gebruikt, is het woord tav. We vinden het in slechts drie verzen in het Oude Testament, waar het telkens handtekening betekent (Ezechiël 9:4, 9 en Job 31:35).

In het boek Openbaring wil Jezus ons duidelijk maken dat we in de tijd van het einde leven en dat er een proces van reiniging en verzegeling zal plaatsvinden. Verzegelen komt uiteraard na beoordeling van de echtheid. Wij weten dat er een maatstaf, een standaard moet zijn waaraan het oordeel gemeten wordt. In de Bijbel is die maatstaf de onveranderlijke wet van God. We zullen be- en geoordeeld worden naar de criteria van de wet en als we de test doorstaan, zullen we verzegeld worden met het zegel van de Levende God.
Kennelijk wordt er een zegel aangebracht aan hen die een keuze voor liefde voor God maken en als gevolg daarvan Hem gehoorzamen. Heel veel christenen hebben moeite met het concept  gehoorzaamheid aan de geboden, maar het is Jezus zelf die liefde voor God aan gehoorzaamheid koppelt (Johannes 14:21) en oordeel aan daden oftewel werken (Mattheüs 16:27).

Wat is dan dat zegel van God?
In Jesaja 8:16, 20 staat:

Bind de getuigenis toe, verzegel de wet onder mijn leerlingen […] Tot de wet en tot de getuigenis! Voor wie niet spreekt naar dit woord, is er geen dageraad.

Deze verzen vertellen ons kennelijk dat verzegeling te maken heeft met de wet en de getuigenis.

(1 Bedenk dat hiermee niet gezegd wordt dat enkel en alleen het bewaren van het sabbatsgebod de reden voor verzegeling is. Gods kinderen worden niet verzegeld, omdat ze zich houden aan de geboden en acht slaan op de profetieën. De verzegeling is het resultaat van een geheiligd leven, wat veel meer inhoudt dan het afvinken van geboden. Het is de Heilige Geest die Gods
kinderen verzegelt in de waarheid (Efeziërs 1:13; 4:30) door hen te overtuigen van wat waarheid is (Johannes 16:8, 13). De sabbatdag van het vierde gebod is het teken van de Schepper, omdat het Zijn autoriteit uitdrukt. Wat Openbaring 13 en 14 voorstellen, is dat de laatste strijd zal gaan over erkenning van autoriteit en gezag. De zaterdagsabbat van God of de zondagssabbat van de kerk zullen daar de uiterlijke tekenen van zijn.)

Maar welke wet en welke getuigenis worden hier bedoeld?
Elke wet van toen en elke wet van nu bevat een paragaaf waarin geschreven staat wie de wetgever is, en waarin zijn handtekening staat. We moeten immers weten wie een claim van eigenaarschap op de wet legt en wie het is die van ons gehoorzaamheid eist. Dit is een universeel principe van recht en rechtvaardigheid.
Lezend door de Bijbel komen we maar één wet tegen die ons een hint geeft over wie de wetgever is: de wet der Tien Geboden. Iemand kan zonder aanvullende informatie alleen weten wie de wetgever is door het vierde gebod. Alleen uit dat gebod kunnen we afleiden dat de wetgever de Here God is, die ook Schepper is en wiens koninkrijk universeel is, omdat Hij hemel en aarde, de zee en al wat erin is, heeft  gemaakt.
De Bijbel identificeert de Schepper nader voor ons in Johannes 1:10 en Kolossenzen 1:13-17: het is Jezus. En in Openbaring 14:7 laat Jezus ons ondubbelzinnig weten dat Hem alleen aanbidding toekomt, omdat Híj de Schepper is: ‘[…] en aanbid Hem die hemel en aarde, de zee en de waterbronnen gemaakt heeft.’
Hieruit kunnen we afleiden dat, wanneer Openbaring 7 spreekt over verzegeling, dit zo moet worden begrepen, dat de kinderen van de Schepper-God zullen worden verzegeld met de wet. Zij maken zelf de keuze om verzegeld te worden, door hun erkenning van Hem die de Wetgever is, aangezien Hij Schepper is, zoals het vierde gebod aangeeft.

Getuigenis is onderdeel van een uitdrukking die Jezus vaak gebruikte: de wet en de profeten (Mattheüs 5:17; 7:12; 11:13; 22:40); in Romeinen 3:21: de wet en de profeten getuigen over de gerechtigheid van Christus, en uiteindelijk verklaart Jezus zich nader in Openbaring 19:10: ‘Want het getuigenis van Jezus is de geest der profetie.’
God zal de mensen die Hij verzegelt apart zetten van de rest van de mensen vanwege hun liefde voor Hem en hun bewijs van gehoorzaamheid aan Zijn wet. (Als u Gods liefde in uw hart hebt, zult u ervan houden Zijn wil te doen  -Spreuken 23:26).

Aldus kunnen we concluderen dat het zegel van de Levende God de sabbat van de zevende dag is, en dat het de sabbat is, die bepalend is om te beoordelen wie Zijn dienaren, en daarmee Zijn kinderen, zijn.
Ezechiël 20, vers 12 en 20 zeggen het kort en bondig:

Ook gaf Ik hun Mijn sabbatten als een teken tussen Mij en hen, opdat zij zouden weten, dat Ik, de Here, hen heilig.’ ‘Heiligt Mijn sabbatten, dan zullen deze een teken zijn tussen Mij en u, opdat gij weet, dat Ik, de Here, uw God ben.

Het woord dat in deze tekstgedeelten met teken is vertaald, oht, betekent in het Hebreeuws getuigenis, banier, standaard. Allemaal waardige omschrijvingen voor de sabbat van de Heer! De sabbat is a.h.w. de vlag die God wappert.
Oht heeft dezelfde werkwoordstam – avah – als het zelfstandig naamwoord tav in Ezechiël 9:4. Het werkwoord betekent een grenslijn trekken, merken, beschrijven met een merkteken.
Aldus is de sabbatdag de grenslijn die getrokken wordt tussen wie God dienen en wie God niet dienen.

In Openbaring vertelt Jezus ons ook over een ander proces dat gaande is, dat bijna hetzelfde is als het proces van verzegeling. In hoofdstuk 13, vers 16 en 17 wordt ons verteld over een bijzondere markering, die aanbidders van ‘het beest’ ontvangen. Het Griekse woord dat daar gebruikt wordt, is xáragma, dat zoiets betekent als stempel, impressie van een zegel, brandmerk, of (letterlijk) merkteken. Het is een synoniem van zegel om hetzelfde doel aan te duiden: het zetten van een eigendomsteken.
Het verschil met het zegel in Openbaring 7 is dat dáár het zegel wordt aangebracht op het voorhoofd, maar de markering van Openbaring 13 wordt aangebracht op het voorhoofd óf op de rechterhand.
Wij kunnen hieruit afleiden dat het zegel van de Levende God wordt ontvangen als resultaat  van een keuze, namelijk om trouw te zijn aan God. Daarom wordt het aangebracht op het voorhoofd. Het is een persoonlijk en bewust besluit dat we met ons verstand maken (dus niet op basis van ons gevoel). Het merkteken van het beest wordt bepaald door keuze of daden, bewust of onbewust. Het wordt daarom aangebracht op het voorhoofd (keuze) of op de rechterhand (daden). Er wordt aldus een scheiding aangebracht tussen twee groepen aanbidders.
Wanneer u Openbaring 13 doorleest, zult u ontdekken dat, wie het zegel van de Levende God niet heeft, automatisch het (merk)teken van het beest ontvangt, omdat Satan, de draak, zijn teken van eigendom aanbrengt op iedereen die God geen toestemming heeft gegeven om hem te beschermen met Zíjn handtekening van eigendom, Zijn familienaam, waardoor wij als Zijn kinderen worden beschouwd. Satan laat je echter geen keus; het maakt niet uit of je bewust voor hem kiest, zolang je maar doet wat hij wil, omdat Satan niet uit is op onze liefde. Hij wil blinde gehoorzaamheid en verstandeloze aanbidding. God echter, wil een verstandelijke en vrijwillige eredienst.

U zult ook ontdekken dat het hier gaat over twee wereldmachten, die ‘beesten’ worden genoemd. Het eerste beest vaardigt godsdienstige wetten uit en eist erkenning en aanbidding (een kerkelijke wereldmacht); het tweede beest draagt de wereld op het eerste beest te erkennen en te aanbidden (een politieke wereldmacht). Wij lezen hierin dat daarmee een kopie (beeld) wordt gemaakt van de situatie van de middeleeuwen, toen kerk en staat zich verenigd hadden om de mensen, die God wilden dienen volgens hun eigen geweten, te verdrukken.
We weten dat de aldus voorgestelde religie (gesymboliseerd door het eerste beest) slechts vals kan zijn, omdat erbij staat dat de macht om dit te doen door de draak wordt gegeven. Openbaring 12:9 identificeert de draak voor ons als Satan, de slang, de duivel (letterlijk betekent satan tegenstander). De aanhangers van deze godsdienst aanbidden dus Satan via de erkenning van het beest.

Openbaring 13 geeft ons ten minste acht opmerkelijke kenmerken ter identificatie van deze valse, religieuze macht, en plaatst zijn handelingen ontegenzeggelijk in de menselijke geschiedenis.
Hierdoor kunnen we deze macht feilloos identificeren, wat ijverige bijbelonderzoekers al sinds de middeleeuwen hebben gedaan.
Het scenario dat Openbaring schetst, is dat deze macht (1e beest) wederom politiek en moreel gezag zal uitoefenen over de hele wereld, en dat iedereen wiens naam niet geschreven staat in Gods boek der levenden hem uiteindelijk die erkenning zal geven. Zij zal daarbij hulp van de tweede wereldleider (2e beest) ontvangen, die autoriteit heeft de wereld te gebieden het gezag van het eerste beest te erkennen (aanbidden), op straffe van economische maatregelen.
Zij die aldus gedwongen of op grond van hun eigen keuze deze valse, godsdienstige macht erkennen,  zullen zijn merkteken, zijn zegel, op hun voorhoofd (door keuze) of rechterhand (door daad) ontvangen en aanvaarden; wie dat teken weigert, zal daarmee de doodstraf accepteren.
De overweldiger der mensen (Satan) heeft aldus een aardse macht zover gekregen het vierde gebod te veranderen, zijn merkteken van gezag en autoriteit erop te leggen en het aan de mensen als iets heiligs terug te geven (zie uitspraak 6 op pag. 141). Deze autoriteit ontvangt zijn macht van hem, die zichzelf valselijk rechten toekende in de hemel, die probeerde Gods macht te grijpen (Ezechiël 28 en Jesaja 14 en Openbaring 12). Het is altijd al zijn streven geweest om aanbeden te worden (Mattheüs 4:9 en Openbaring 13:4) en jammer genoeg verleidt hij velen ertoe hem inderdaad te aanbidden.
De overeenkomst tussen het zegel van God en het merkteken van het beest is dus, dat beide een teken zijn van aanbidding, en aanbidding heeft te maken met godsdienst, d.w.z. het dienen van een god, of het nu de ware of de valse is. Het verschil is dat het ene zegel door God wordt gegeven en het andere door een macht die goddelijke autoriteit claimt, maar door de duivel wordt beheerst. Vervolgens wordt in Openbaring 14 aan Gods kinderen verteld welke keus zij moeten maken: weiger het valse merkteken en aanbid de Schepper, want God zal eenieder oordelen die dat valse merkteken aanvaardt.
Het is heel belangrijk om te erkennen dat de sabbat van de zevende dag de inzet zal zijn van dit laatste gevecht om het geweten van de mens: het is een teken van autoriteit, een teken van het recht om godsdienstige wetten aan de mensen voor te schrijven. Op dezelfde wijze is de valse dag van aanbidding een teken van autoriteit van de anti-god. Gezaghebbende uitspraken hierover kunnen we lezen in hoofdstuk 22. God en de anti-god kunnen echter niet allebei gelijk hebben. Eén is waarachtig en één is vals. God wil dat wij dat onderscheid goed begrijpen, zodat we de juiste keus kunnen maken.
Openbaring 14, vers 6 en 7, leert ons dat aan het einde van de geschiedenis van deze aarde het evangelie verkondigd zal worden aan alle volk en stam en taal en natie en dat er een oproep zal uitgaan om de Schepper van hemel en aarde, de zee en de waterbronnen, zoals dat in het vierde gebod tot uiting komt, te aanbidden. Dit zal een test van trouw zijn, aangezien de tegenovergestelde boodschap van de anti-god in Openbaring 13:7 eveneens over de hele wereld uit zal gaan naar elke stam, natie, tong en volk, met de oproep om hém te aanbidden die zijn éigen teken van aanbidding heeft.

Het vierde gebod bevat de onderscheidende handtekening (zegel) van de God die wij aanbidden en die ons heiligt. Wij weten dat we niet negen geboden kunnen bewaren en er één ontkennen, want wie er één breekt, breekt ze allemaal (Jacobus 2:10). Wij weten dat we Gods wet en getuigenis niet kunnen bewaren op eigen kracht. Wij weten dat behoud komt door genade, maar wij weten ook dat genade gratie betekent voor zondaren, d.w.z. mensen die Gods wet breken.
Daarom doen we als christenen de plechtige belofte niet in zonde te willen blijven leven. De Geest van God geeft ons overtuiging, kracht en inzicht om bij ons besluit te blijven. Dus wat wilt u nu? Wilt u Zijn zegel op uw voorhoofd ontvangen? Het zegel van de Levende God, opdat Gods engelen u bewaren in het heetst van de strijd, de tijd der benauwdheid en verdrukking? Of wilt u dat andere merkteken op uw voorhoofd of op uw rechterhand ontvangen, door al dan niet bewust God niet te eren en Zijn geboden niet te houden?
Er zijn maar twee opties en u alleen kunt die keus maken. God dwingt immers niemand om van Hem te houden. Dat is Satans tactiek.

druk, druk, druk

Onze wereld verandert steeds sneller. Dat is niet alleen merkbaar op politiek en economisch gebied, maar ook in je persoonlijk leven. Met behulp van geavanceerde apparatuur communiceren we steeds meer en steeds sneller. Vierentwintig uur per dag. Zeven dagen per week. Radio, televisie, computers, (mobiele) telefoons en faxen. Met een ongekende intensiteit. Het lijkt alsof je je er niet aan kunt onttrekken.
En wat antwoordt de moderne mens op de vraag hoe het met hem of haar gaat? ‘Druk, druk, druk’. Geen wonder. Want zelfs tijdens vakanties is vaak het grootste gedeelte van de tijd al ingevuld. Het wordt steeds moeilijker om momenten van rust voor jezelf te creëren. Raken daardoor steeds meer mensen overspannen?

30.000 dagen

Eigenlijk is tijd bijzonder kostbaar. je kunt een dag nooit overdoen. En je hebt er in een mensenleven maximaal zo’n 30.000 ter beschikking. Hoog tijd voor de vraag of je ze allemaal wel zo goed besteedt. Wat heb je eraan nog meer te werken, nog meer te verdienen, nog meer te kopen als je niet de tijd neemt om te genieten, te rusten, met vrienden samen te zijn …?
Er bestaat een oud recept om dit soort nieuwerwetse problemen op te lossen. Dat is het principe van zes dagen werken, de zevende dag rust. De zevende dag is de zaterdag, de sabbat.

Wat moet je doen?

Sabbat vieren is eenvoudig. Eigenlijk geef je jezelf 52 extra vakantiedagen per jaar. Op vrijdagavond, als de zon onder is, sta je jezelf toe al je zorgen en verplichtingen los te laten. De sabbat is geen dag van verboden, maar een dag van rust, inspiratie en vriendschap. De sabbat is er niet voor schepping (creatie) maar voor herschepping (recreatie). Een dag die rust en nieuwe energie geeft. Vierentwintig uur lang laat je je zakelijk leven rusten. En je geeft anderen de kans hetzelfde te doen.
Door anderen duidelijk te maken dat je een dag per week niet beschikbaar bent, toon je respect voor jezelf en meer dan dat. Je onderbreekt de niet aflatende cadans waarin de wereld om je heen je probeert te dwingen.
Om echt te ervaren wat de sabbat is, is het goed de sabbat elke week te respecteren. Daardoor kom je in het ritme van zes dagen werken, een dag rust. En je zult merken dat sabbat vieren een groot en kostbaar geschenk is dat niks kost maar veel oplevert. De sabbat is letterlijk een geschenk uit de hemel.

Tien geboden

De tien geboden beslaan in de bijbel nog geen halve bladzijde. Toch kan niemand ontkennen dat als iedereen zich zou houden aan deze tien leefregels, de wereld er een stuk beter uit zou zien. Eén van de pijlers van de tien geboden is de sabbat. God heeft de sabbat aan de mensen gegeven als monument van de schepping. Een noodzakelijk rustpunt in ‘t levensritme. Hij koos geen willekeurige dag van de week, maar benoemde een speciale dag. Daardoor is de sabbat een dag waar een speciale zegen op rust. Ook God rustte na zes dagen scheppende arbeid, een gebeurtenis waar onze weekindeling rechtstreeks van afstamt.

Meer weten?
Over de geschiedenis en oorsprong van de wekelijkse rustdag, over de speciale betekenis die God de sabbat gaf, over hoe de zondag de zaterdag verdrong en over de sabbat als brug tussen christenen en joden? Lees dan de brochure ‘De zevende dag, een geschenk uit de hemel‘  online of stuur een email via het contactformulier en ontvang gratis en geheel vrijblijvend de uitgebreide brochure.

 

Christenen en de sabbat als rustdag

Voor de meeste christenen is zondag de rustdag. Toch zijn er wereldwijd miljoenen gelovigen die niet de zondag maar de sabbat als rustdag houden. En hun aantal groeit met duizenden per dag. Wat beweegt deze christenen tot die keuze?

Het antwoord op deze vraag heeft alles te maken met de relatie tussen de mens en zijn Schepper. Uit het scheppingsverhaal weten we dat alles wat God gemaakt had “zeer goed” was. Het kroonstuk van zijn schepping was de mens, die hij schiep naar “zijn evenbeeld”. De Bijbel zegt dat “God is liefde”(1 Joh.4:16). Vanzelfsprekend zijn wij niet identiek aan God, maar we lijken op hem. Hij heeft in ons eigenschappen en vermogens gelegd waardoor we een bewuste en gewilde relatie met hem kunnen hebben.

Als beelddragers van God berust onze relatie met hem op wederzijdse liefde. Maar hoe kunnen wij nu onze liefde voor God het beste in de praktijk laten blijken? Als hij het ons niet verteld had, zouden we er alleen maar naar kunnen gissen. Maar gelukkig heeft God ons zijn ‘verlanglijstje’ gegeven. Als we hem oprecht liefhebben, zullen we geen andere goden nalopen. Ook zullen we ons niet in aanbidding neerbuigen voor allerlei beelden. Vanzelfsprekend zullen we ook zijn heilige naam met gepaste eerbied gebruiken. Verder is het zijn wens dat wij elke week zullen stilstaan bij het feit dat hij zijn schepping in zes dagen heeft voltooid en voor ons de zevende dag als rustdag apart heeft gezet: “Houd de sabbat in ere, het is een heilige dag…. die gewijd is aan de Heer uw God; dan mag u niet werken…” (Exodus 20:8-11). Als wij Gods liefde willen beantwoorden, zullen we ons aan deze vier regels houden. Als wij ook liefde aan onze naaste willen betonen, hebben we daarvoor de andere zes geboden als richtlijn. Onze liefde ten opzichte van God wordt dus zichtbaar in het houden van zijn Tien Geboden.

Zowel in het Oude als in het Nieuwe Testament is de relatie tussen God en de mens gefundeerd in de liefde. God is liefde én hij is onveranderlijk (Jak.1:17). Maar de mens is vaak wispelturig. Zo zien we dat de Heer ons van tijd tot tijd weer aan dat fundamentele beginsel moet herinneren. Ten tijde van het Oude Testament was de boodschap van Mozes aan het volk Israël: “Heb daarom de Heer lief met hart en ziel en met inzet van al uw krachten” (Deut.6:5). Ten opzichte van de medemens mochten ze geen haat hebben of wrok koesteren: “Heb je naaste lief als jezelf. Ik ben de Heer” (Lev.19:18). Ook in het Nieuwe Testament leert onze Heer dat liefde tot God tot uitdrukking komt in het houden van zijn geboden. Hij wijst de Farizeeën erop dat Mozes het “grote en eerste gebod” en “het tweede daaraan gelijk” van God heeft ontvangen (Mat.22:34-40). De apostel Johannes had goed begrepen dat de relatie tussen God en de mens bestaat uit liefde van Gods kant en wederliefde van onze kant: “God is liefde. Wie in de liefde blijft, blijft in God, en God blijft in hem….  Wij hebben lief, omdat God ons het eerst heeft liefgehad ” (1 Joh.4:16,19). Door de eeuwen heen is de liefde van God voor ons, en onze wederliefde tot hem, de basis geweest van de relatie tussen de Schepper en zijn “evenbeeld”.

In de hemel wordt God geëerd en geprezen voor zijn liefde en scheppingsmacht. In de Openbaring lezen we dat Johannes in geestvervoering werd meegevoerd naar de hemelse troonzaal. Daar hoort en ziet hij hoe de wezens die rondom de troon van God staan hem “lof, eer en dank” brengen voor de verlossing van zondaren door het bloed van het Lam (Openb.5: 8-10). Onder hen bevinden zich de “vierentwintig oudsten”. Zij prijzen God omdat hij alles geschapen heeft: “U komen alle lof, eer en macht toe, Heer, onze God, want u hebt alles geschapen: uw wil is de oorsprong van alles wat er is” (Openb.4:10-11). De eer en aanbidding die God in de hemel ontvangt, komen hem als Schepper ook toe hier op aarde.

God richt een oproep tot zijn schepselen op aarde om zich aan te sluiten bij de lofprijzing van de hemelbewoners. Kort voordat de grote strijd tussen goed en kwaad haar einde nadert, richt God nog éénmaal een oproep tot deze wereld om hem als Schepper te erkennen. Johannes ziet dit in een van zijn visioenen: “Toen zag ik opnieuw een engel, die hoog in de lucht vloog… Luid riep hij: Heb ontzag voor God en geef hem eer… Aanbid hem die hemel en aarde, zee en waterbronnen geschapen heeft” (Openb.14:7). De boodschap van deze engel is een directe verwijzing naar het scheppingsverhaal uit Genesis. Het is tevens een indirecte verwijzing naar het vierde gebod.

Waarom miljoenen christenen de sabbat als rustdag houden? Zij realiseren zich dat onze liefde tot God niet volledig tot zijn recht kan komen als we ons slechts houden aan negen van de tien geboden. Ook het vierde gebod hoort erbij. Ten eerste erkennen zij door het vieren van de sabbat openlijk het gezag van God als Schepper van hemel en aarde. Ten tweede, wie zegt dat hij God liefheeft, moet zich aan zijn geboden houden. Eén van die geboden is het sabbatsgebod. Om deze twee redenen hebben al deze christenen gekozen voor de sabbat als rustdag. In die keuze weten zij zich bevestigd door de oproep van de engel uit Openbaring 14:7. Sabbatvieren is daarom voor miljoenen christenen een teken van hun eerbied voor en liefde tot God, de Schepper van hemel en aarde.

Laurens Joosse, december 2018

naar de beginpagina

 

 

Wat maakt het uit welke dag je aanbidt?

Wat maakt het uit welke dag je aanbidt?
Het merkteken van het ‘beest’ versus zegel van God
Tijdens het concilie van Trente werd onderstreept, dat door de vervanging van de sabbat op de zevende dag van de week door de zondag duidelijk wordt aangetoond, dat de kerkelijke traditie boven het gezag van de Schrift staat. En in tal van officiële kerkelijke publicaties is het steeds weer herhaald: de katholieke kerk heeft de zondagsviering ingesteld ter vervanging van de sabbatviering.

Het vierde gebod is dan ook, zoals we al zagen, een bijzonder gebod. Het verwijst naar het absolute gezag dat God als de Schepper en Herschepper over het mensdom uitoefent. Daarom is het veranderen van dit vierde gebod in feite niets minder dan een hooghartige ontkenning van Gods soevereiniteit. Het is een niet mis te verstaan signaal van opstand tegen het oppergezag van God.

“Wat maakt het nu verder uit, of je nu de ene dag viert of de andere? Als je maar eens in de zeven dagen een dag aan God wijdt. God kan toch niet zo kleinzielig zijn, dat Hij het de mensen kwalijk zou nemen als ze zijn rustdag 24 uur opschuiven?” Dit soort argumenten wordt vaak als excuus aangevoerd als men de viering van de zondag wil verdedigen.
De profetie van Daniël 7 geeft een onomwonden antwoord op dit soort povere excuses: Gods gezag staat op het spel. Hij wil niet, dat men aan zijn heilige, onveranderlijke, volmaakte wet knoeit. Hij waarschuwde via de profetie van Daniël ervoor dat dit toch zou gaan gebeuren en liet weten dat het slecht zou aflopen met de macht die vermetel genoeg zou zijn om dit te doen: “Men zal hem de heerschappij ontnemen en hem vernietigen tot het einde” (vers 27).

lees hier het hele artikel